|
Zadelzwam
Polyporus
squamosus

|
Informatie
|
| Nederlandse
naam: |
Zadelzwam |
| Engelse
naam: |
Dryad's
Saddle |
| Wetenschappelijke naam: |
Polyporus
squamosus |
| Beschrijving: |
Het
verschil tussen jonge en oude exemplaren is bij de Zadelzwam erg groot.
Het vruchtlichaam is in de jeugd een halfbolvormige klomp met een
afgeplatte bovenkant die zich geleidelijk uitspreidt tot een brede ronde
of niervormige hoed met een korte, stevige steel aan de rand. De onderkant
vertoont een honingraatachtig poriënpatroon en de lichtbruine bovenkant is
bedekt met aanliggende donkerbruine schubben. |
| Kenmerken: |
Vruchtlichaam
éénjarig, trechter- tot rond of ovaal waaiervormig met een zijdelingse
tot centrale steel (f. rostkovii). Hoed Ø 5-60 cm, 1-5 cm dik.
Bovenzijde met concentrische ringen van vezelige, donkerbruine schubben,
crème tot okergeel, met een scherpe rand.
Buisjes
3-10 mm lang, op de steel aflopend, geel. Poriën 0,5-1 per mm,
onregelmatig hoekig-ovaal, wittig tot crème-okerkleurig. Steel 3-10 x 2-6
cm, crème-okerkleurig met een bruinzwarte basis. Vlees leerachtig, wit
tot crème. Geur melig. |
| Verspreiding: |
Algemeen |
|
Voorkomen:
|
Op
stronken, stobben, stammen en stamwonden van levende en dode loofbomen
(es, iep, beuk, wilg, esdoorn, populier). Vaak in twee
"vluchten" per jaar. |
|
Periode:
|
juni-oktober |
|
Eerste exemplaar gevonden op:
|
04-05-2002
(Vogelpark Avifauna, Alphen a/d Rijn) |
|