|
Witte
kluifzwam
Helvella
crispa

|
Informatie
|
| Nederlandse
naam: |
Witte
kluifzwam |
| Engelse
naam: |
White
Saddle |
| Wetenschappelijke naam: |
Helvella
crispa |
| Beschrijving: |
Dit
is waarschijnlijk de meest algemene en opvallendste van alle kluifzwammen.
Hij varieert in grootte, maar heeft meestal een flink formaat. De steel is
wit en heeft diepe, onregelmatige groeven, enigszins als bij een
selderiestengel. De sporendragende hoedis crèmekleurig tot licht
lederkleurig, met onregelmatige lobben. De Witte kluifzwam is verwant aan
de morieljes maar verschijnt, anders dan deze in de herfst. Hij wordt in
sommige delen van Europa gegeten, na te zijn gedroogd of herhaaldelijk
gekookt, maar hij is in feite giftig. |
| Kenmerken: |
Vruchtlichaam
5-15 cm. Hoed 3-6 cm, golvend zadelvormig, 2- tot 3-lobbig. Bovenzijde
vuilwit tot crème-oker. Hoedrand vrij van de steel, onderzijde ruw
behaard, crème tot geelbruin.
Steel hol, gekamerd, in de lengte diep gegroefd en geribd, (vuil)wit tot
bleek grijsbruin, 4-13 x 1-5 cm. |
| Verspreiding: |
Algemeen |
|
Voorkomen:
|
Op
humusrijk zand, klei en leem in bossen en bosranden. |
|
Periode:
|
juli-november |
|
Eerste exemplaar gevonden op:
|
07-11-2004
(Westerpark, Zoetermeer) |
|