|
Reuzenzwam
Meripilus
giganteus

|
Informatie
|
| Nederlandse
naam: |
Reuzenzwam |
| Engelse
naam: |
Giant
Polypore |
| Wetenschappelijke naam: |
Meripilus
giganteus |
| Beschrijving: |
De
Reuzenzwam maakt zijn naam waar en vormt enorme rozetten van zachte,
vlezige waaiervormige hoeden met een gemeenschappelijke steel. Hij groeit
altijd op of vlak bij de grond, aan de voet van bomen, rond stronken of op
begraven hout. Bij druk grijs tot zwartachtig. |
| Kenmerken: |
Vruchtlichaam
éénjarig, bestaande uit een meervoudige toef van naast en boven elkaar
staande, waaier- tot half cirkelvormige hoeden, Ø 20-80 cm. Hoed 10-30 cm
breed, 1-3 cm dik. Bovenzijde golvend, concentrisch gezoneerd, viltig,
geel tot donkerroodbruin, vanuit een knol ontspringend, met een scherpe,
golvende, gekerfde, wittige tot zwarte rand.
Buisjes
tot 10 mm lang, wit-crème. Poriën 3-5 per mm, wit tot crème, bij
aanraking bruinzwart verkleurend. Vlees vezelig, zacht, wittig-crème.
Geur zwamachtig. |
| Verspreiding: |
Algemeen |
|
Voorkomen:
|
Aan
de voet en, schijnbaar op de grond, op de wortels van oude, levende
loofbomen (beuk, eik, linde, iep, berk, plataan, appel). |
|
Periode:
|
juli-november |
|
Eerste exemplaar gevonden op:
|
19-09-2003
(Diergaarde Blijdorp, Rotterdam) |
|