|
Grote
stinkzwam
Phallus
impudicus

|
Informatie
|
| Nederlandse
naam: |
Grote
stinkzwam |
| Engelse
naam: |
Stinkhorn |
| Wetenschappelijke naam: |
Phallus
impudicus |
| Beschrijving: |
Het
rijpe vruchtlichaam met zijn opmerkelijke gestalte en het weerzinwekkend
stinkende olijfkleurige kopdeel is onmiskenbaar. Uitgegroeid is deze
paddestoel oneetbaar, maar als duivelsei is hij volkomen eetbaar. Rauw
smaakt de Grote stinkzwam sterk radijsachtig, men kan de in schijven
gesneden duivelseieren ook bakken, het omhulsel wordt dan knapperig. De
sporenverspreiding van deze soort wordt door vliegen, mestkevers en andere
insekten uitgevoerd, die door de aasachtige geur van de sporenmassa worden
gelokt en deze opeten. Na één tot twee dagen blijft alleen nog de witte,
gekamerde hoed over. |
| Kenmerken: |
Vruchtlichaam
vanuit een zich grotendeels ondergronds ontwikkelend, grijzig-wittig,
leerachtig duivelsei,
Ø 3-6 cm, met een discus
of eiertand door het omhulsel brekend. Duivelsei
met lange, witte myceliumstreng. Vruchtlichaam
10-25 x 2-4 cm. Bovenste deel conisch-klokvormig, met donker olijfgroen, stinkend slijm (aasgeur), daaronder wijd en diep raatvormig, wit,
met ringvormige discus
aan de top. Steel 8-20 x 2-4 cm, mazig, hol, wit. |
| Verspreiding: |
Algemeen |
|
Voorkomen:
|
Op
humusrijke, zandige of lemige bodem, of op of bij sterk vermolmd hout in
bossen, struwelen, parken en tuinen. |
|
Periode:
|
juni-november |
|
Eerste exemplaar gevonden op:
|
16-09-2007
(Landgoed de Horsten, Wassenaar) |
|