|
Gewone
glimmerinktzwam
Coprinus
micaceus

|
Informatie
|
| Nederlandse
naam: |
Gewone
glimmerinktzwam |
| Engelse
naam: |
Glistening
Inkcap |
| Wetenschappelijke naam: |
Coprinus
micaceus |
| Beschrijving: |
Gewone
glimmerinktzwammen zijn kleine tot middelgrote, geelbruine paddenstoelen,
dikwijls, maar niet altijd, groeit deze soort massaal op oude
boomstronken. De naam dankt de Gewone glimmerinktzwam aan de mica- achtig
glanzende stukjes die de hoed bedekken als de paddenstoelen nog jong zijn,
deze worden door de regen makkelijk weggespoelt. Men treft ze dan ook vaak
met een volledig kale hoed aan. In tegenstelling tot andere inktzwammen
verslijmt de Gewone glimmerinktzwam vrijwel niet en produceert geen
'inkt' |
| Kenmerken: |
Hoed
ei- tot klokvormig, Ø 1-3 cm, 10-25 mm hoog, radiair gestreept-gevoord,
okerkleurig of honiggeelbruin tot grijszwart, met korrelig wit tot bruin velum
bedekt, met een inscheurende rand. Lamellen
wit tot lilagrijs of zwart. Steel 3-10 cm x 2-5 mm, breekbaar, melig
witbestoven, met een gelig verkleurende basis. Vlees olijfbruin. Smaak
mild. Geur geen. Verdacht. |
| Verspreiding: |
Algemeen |
|
Voorkomen:
|
In
bundels of groepen op dode stronken, stammen en dikke takken van loofbomen
in loofbossen, parken en wegbermen op voedselrijke bodem. |
|
Periode:
|
juli-oktober |
|
Eerste exemplaar gevonden op:
|
21-09-2001
(Westerpark, Zoetermeer) |
|