|
Gewone
beurszwam
Volvariella
gloiocephala

|
Informatie
|
| Nederlandse
naam: |
Gewone
beurszwam |
| Engelse
naam: |
Stubble
Rosegill |
| Wetenschappelijke naam: |
Volvariella
gloiocephala |
| Beschrijving: |
Beginnende
paddenstoelenkenners zien de gewone beurszwam dikwijls aan voor de witte
knolamaniet. En inderdaad kunnen jonge exemplaren zeer veel op die giftige
paddenstoel lijken, omdat ze evenals deze laatste een afstaande beurs rond
de voet van de steel hebben. Later worden de verschillen duidelijker, de
rijpe lamellen van de Gewone beurszwam zijn door de sporen roze tot
bruinroze, die van de knolamaniet altijd wit. Verder is de steel van de
beurszwam glad en heeft hij geen manchet, en terwijl de beurszwam voorkomt
op braakland en maïsakkers, in de buurt van composthopen, op weilanden en
op stro- en hakselresten, kunnen knolamanieten niet zonder gastheerboom
leven. |
| Kenmerken: |
Hoed
eivormig tot gewelfd of uitgespreid, Ø 6-14 cm, vochtig kleverig, vaalwit
tot bleek grijsbruin, soms met een donkerder grijzig tot olijfbruin, iets
verhoogd centrum. Lamellen
wittig-crème tot gelig-vuilroze.
Steel 9-22 cm x 7-15 mm, wittig, naar de voet verbreed, met een
zakvormige, wittige of grijzige beurs
om de steelvoet. Vlees wit. Geur zwak, naar tuinaarde. |
| Verspreiding: |
Algemeen |
|
Voorkomen:
|
Op
humusrijke grond, compost en houtsnippers in parken, tuinen en ruigtes, op
of langs ruiterpaden, vaak op verstoorde grond. |
|
Periode:
|
mei-oktober |
|
Eerste exemplaar gevonden op:
|
05-11-2004
(Westerpark, Zoetermeer) |
|
Extra foto(s) |
|
|
|
|