|
Blauwplaatstropharia
Psilocybe
rugosoannulata

|
Informatie
|
| Nederlandse
naam: |
Blauwplaatstropharia |
| Engelse
naam: |
King
Stropharia |
| Wetenschappelijke naam: |
Psilocybe
rugosoannulata |
| Beschrijving: |
Zo'n
veertig jaar geleden was het vinden van deze paddestoel nog een zeldzame
gebeurtenis, waarover in vakktijdschriften uitvoerig werd bericht. In de
jaren 60 en 70 van de vorige eeuw veranderde dat echter: eerst
veroorzaakte het massale voorkomen van de paddestoel in maisakkers de
nodige ophef, en vervolgens ging men de soort op een substraat van van
stro kweken. Ook hobbytuiniers ontdekten dat de paddestoel makkelijk te
kweken was. Met al deze hulp van de mens verbreide de Blauwplaatstropharia
zich na korte tijd ook in het wild, waar hij tegenwoordig matig algemeen
is. Het is een nuttige consumptiepaddestoel maar haalt het qua smaak niet
bij de champignon waarmee hij vaak verward wordt. |
| Kenmerken: |
Hoed
halfbolvormig of gewelfd tot uitgespreid, Ø 10-12 cm, jong iets kleverig
tot mat en fijn viltig, oud glad en glanzend, roodbruin tot okerkleurig
bruin, vanuit het centrum lichter wordend, met een naar binnen gebogen
rand met velumresten. Lamellen
breed aangehecht, lichtgrijs tot grijsblauw of grauwviolet, met een
blekere lamelsnede.
Steel 9-12 x 2-3,5 cm, wittig, okerkleurig vlekkend, berijpt boven en
vezelig onder de vliezige vluchtige ring.
Vlees wit tot gelig. Smaak zwak, naar radijs. Geur zwak, naar radijs. |
| Verspreiding: |
Matig
algemeen |
|
Voorkomen:
|
Op
grof strooisel, houtsnippers en strobalen in parken, tuinen en
plantsoenen. Ook gekweekt en mogelijk verwilderd. |
|
Periode:
|
juni-oktober |
|
Eerste exemplaar gevonden op:
|
21-08-2010
(Balijbos, Zoetermeer) |
|